Baanregels

Versie 3 februari 2014

 

Om een goed en veilig verloop van de trainingen te waarborgen, zijn baanregels opgesteld waar iedereen zich aan dient te houden.

 

  1. Alle aanwijzingen van het baanpersoneel De Uithof dienen te worden opgevolgd.
  2. De baan mag pas betreden worden als alle dweilmachines/Zamboni’s het ijs verlaten hebben. Zodra de ijsverzorging wordt aangekondigd, moet de baan zo snel mogelijk worden vrijgemaakt. Zodra de dweilmachines op het ijs komen, moeten de rijders het ijs verlaten hebben.
  3. Bij elke training dienen de pionnen geplaatst te worden.
  4. Voor de training is de baan verdeeld in drie ‘ringen’:
  5. De binnenste ring is voor het snelle tempowerk
  6. De middelste ring voor duur- en techniekopdrachten, achter elkaar oefeningen uitvoeren.
  7. De buitenste ring, binnen de pionnen, is voor uitrijden/rust maximaal met 2 personen naast elkaar. Gun elkaar de ruimte.
  8. Uitleg door de trainers op de ‘krabbelbaan’  (aan zijde ingang), absoluut niet in de bocht. Groepen niet groter dan 10 personen. Heeft de trainer meer rijders dan de groep opdelen.
  9. Bij snelheid de lijn aanhouden die je op het rechterstuk hebt. Dus niet uitwijken!
  10. Uitrijden met maximaal 2 rijders naast elkaar! Als je een groep inhaalt, achter elkaar gaan rijden.
  11. Begin de opdracht alleen aan het begin van een recht stuk. Nooit in de bocht! Dit geldt voor de hele groep!
  12. Kijk even over je schouder of er ruimte is voordat je begint of inhaalt. Dit geld voor alle rijders!
  13. Stop de opdracht alleen aan het eind van een bocht en kijk ook dan even over je rechterschouder of je niemand omverrijdt. De groep blijft in één lijn achter elkaar uitvieren, achteropkomende rijders genoeg ruimte geven. Gun andere rijders de ruimte om hun opdracht uit te oefenen.
  14. Starten mag alleen op het rechte stuk, minimaal 15 meter na de bocht. Houdt voldoende ruimte aan de buitenkant, zodat groepen in rust in de buitenste ring kunnen passeren.
  15. Zorg ervoor dat er iemand achter de startende rijder gaat staan die het tegemoetkomende verkeer waarschuwt als extra beveiliging. Degenen die wachten op hun beurt, wachten staande tegen de boarding. Nooit starten op de startplaatsen van de 500 en 1500 meter.
  16. Waarschuw op tijd als je wilt passeren. Roep “hoog op” en reageer hierop.
  17. Waarschuw door een schreeuw de langzamere rijders in de buitenring dat je bent gevallen. Dit om het scheppen van andere rijders te voorkomen. Houd altijd je schaatsen zo laag mogelijk.
  18. Geen schaatsbeschermers, bidons en andere materialen op het ijs leggen.
  19. Nooit op de kussens van de baanbeveiliging gaan zitten, ook niet om veters te strikken.
  20. Nooit met schoenen het ijs betreden.
  21. Het dragen van handschoenen en hoofddeksel (helm, muts of bandana) is  tijdens de training verplicht. Extra hoofdbescherming wordt geadviseerd. Tijdens een wedstrijd is het dragen van handschoenen niet verplicht.
  22. Elke rijder in iedere discipline van schaatssport moet een geldige entree/trainingskaart bezitten.
  23. Trainers dienen in het bezit te zijn van een trainersdiploma. Indien men geen trainingsdiploma heeft, moet men training geven onder supervisie van een gediplomeerde trainer. Deze gediplomeerde trainer dient tegelijkertijd aanwezig te zijn.
  24. Trainers mogen training geven aan de buitenzijde van de baan. De trainer mag niet stilstaan en/of aanwijzingen geven vanaf de snelle baan.
  25. Het is niet geoorloofd om trainingsopdrachten te geven waar andere groepen last van hebben. Bijvoorbeeld een hele groep achteruit te laten rijden.
  26. Spreek je medesporters erop aan wanneer zij zich niet aan bovenstaande regels houden en heb hierover overleg met je trainer en de trainer van de overtredende.
  27. Luister goed naar aanwijzingen van trainers/sters, ijsmeesters, baancoordinatoren. Trainers kunnen alle rijders, dus ook van andere groepen en verenigingen daar op aanspreken. Graag ook de betreffende trainer op de hoogte stellen. Een vriendelijke toon heeft daarbij de voorkeur.
  28. Wanneer trainers zich consequent niet aan de regels houden moet de baancommissie hiervan op de hoogte gesteld worden.

EHBO protocol

 

  1. Zorg dat je zelf veilig hulp kunt verlenen.
  2. Waarschuw aankomende schaatsers om de hulpverleners en het slachtoffer te beschermen. Creëer een veilige situatie.
  3. Waarschuw de EHBO’er die controleert bij de toegang.
  4. Ga niet in paniek het alarmnummer bellen.
  5. De EHBO’er en/of de baanmedewerkers besluiten wie er een alarmnummer belt.
  6. De brancard, EHBO ruimte, EHBO koffer en AED(reanimatie apparaat) zijn bij de krabbelbaan, aan de kant van de ingang/ijshockeybaan van De Uithof.
© 2006 - 2018 KNSB Gewest Zuid-Holland | Realisatie: Kant en Klare Site